Sylvia Day
Read an Excerpt →

May 3, 2016  •  A.W. Bruna  •  9789400506053

Dutch Excerpt

Read the English excerpt →

New York was de stad die nooit sliep; hij werd zelfs niet eens slaperig. Mijn flat in de Upper West Side had de mate van geluiddichtheid die je mocht verwachten van een woning die vele miljoenen had gekost, maar toch sijpelden de geluiden van de stad er naar binnen; het ritmische gebonk van banden op de afgesleten straten, de protesten van vermoeide luchtdrukremmen en het voortdurende getoeter van taxi’s.

Toen ik uit het café op de hoek het altijd drukke Broadway op stapte, werd ik overspoeld door het geraas van de stad. Hoe had ik ooit kunnen leven zonder de kakofonie van Manhattan?

Hoe was het me ooit gelukt om te leven zonder hém?

Gideon Cross.

Ik legde mijn handen om zijn wangen en voelde hoe hij zijn neus tegen mijn aanraking aan drukte. Die uiting van kwetsbaarheid en genegenheid raakte me diep. Nog maar een paar uur geleden had ik gedacht dat hij misschien wel nooit zou veranderen, dat ik te veel zou moeten opgeven om mijn leven met hem te kunnen delen. En nu werd ik geconfronteerd met zijn moed en twijfelde ik aan die van mij.

Had ik meer van hem geëist dan van mezelf? Ik schaamde me om het feit dat ik hem misschien had gedwongen te veranderen terwijl ik koppig dezelfde was gebleven.

Hij stond voor me, zo groot en sterk. In spijkerbroek en T-shirt, met een honkbalpetje ver over zijn voorhoofd getrokken, was hij onherkenbaar als de heerser over een wereldomvattend zakenimperium die iedereen dacht te kennen. En nog altijd was hij van nature zo fascinerend dat hij op iedereen die langsliep indruk maakte. Uit mijn ooghoeken zag ik hoe de mensen om ons heen heel even naar hem keken, en daarna nog eens omkeken.

Of Gideon nu informeel gekleed was of in de driedelige maatpakken waar hij een voorliefde voor had, de kracht van zijn slanke, gespierde lichaam was onmiskenbaar. De manier waarop hij liep en het gezag dat hij met vlekkeloze beheersing uitstraalde, maakten het onmogelijk dat hij ooit op de achtergrond zou verdwijnen.

New York slokte alles op wat er binnenkwam, terwijl Gideon de stad aan een vergulde leiband had.

En hij was van mij. Zelfs met mijn ring aan zijn vinger had ik er soms moeite mee om dat te geloven.

Hij zou nooit gewoon een man zijn. Hij was woestheid gehuld in elegantie, perfectie dooraderd met kleine foutjes. Hij was de spil van mijn wereld, een spil van de wereld.

En toch had hij zojuist bewezen dat hij zou buigen en tot het uiterste zou gaan om bij mij te kunnen zijn. Wat mij nog eens hernieuwde vastberadenheid gaf om te bewijzen dat ik de pijn waard was die ik hem had gedwongen te verduren.

Om ons heen begonnen de winkels langs Broadway weer open te gaan. Op straat werd de verkeersstroom dichter, met zwarte auto’s en gele taxi’s die wild over het ongelijke oppervlak stuiterden. De inwoners van de stad druppelden de trottoirs op om hun hond uit te laten, of waren op weg naar Central Park voor een rondje hardlopen op de vroege ochtend, om nog gauw het beetje tijd te benutten dat ze hadden voordat de werkdag begon.

De Mercedes stopte bij de stoeprand, precies op het moment dat we er aankwamen, met Raúl als een groot, schimmig silhouet achter het stuur. Angus liet de Bentley er vloeiend achter tot stilstand komen. Mijn chauffeur en die van Gideon, die ons naar verschillende woningen zouden brengen. Hoe kon je dat een huwelijk noemen?

De harde werkelijkheid was dat het óns huwelijk was, hoewel we het allebei niet zo wilden. Ik had ergens een streep moeten trekken toen Gideon mijn baas bij het reclamebureau waar ik voor werkte, had overgehaald om voor hem te komen werken.

Ik begreep de wens van mijn echtgenoot dat ik bij Cross Industries aan de slag zou gaan, maar om me te dwingen door achter mijn rug actie te ondernemen... Dat kon ik niet toestaan, niet bij een man als Gideon. Of we waren samen en namen onze besluiten samen, of we waren te ver van elkaar verwijderd om onze relatie te kunnen laten slagen.

Ik hield mijn hoofd achterover en keek omhoog naar zijn verbluffend mooie gezicht. Er was spijt in te lezen, en opluchting. En liefde. Zoveel liefde.

Hij was adembenemend mooi. Zijn ogen waren zo blauw als de Caribische Zee, zijn haar een dikke, glanzende bos zwarte manen die langs zijn boord streken. Een liefdevolle hand had elk vlak en elke hoek van zijn gezicht zo perfect gebeeldhouwd dat het betoverend was en het moeilijk maakte om er rationeel bij te blijven denken. Ik was al in de ban van zijn uiterlijk vanaf het moment dat ik hem voor het eerst had gezien, en nog steeds bleven mijn synapsen op willekeurige momenten oververhit raken. Gideon was gewoon oogverblindend.

Maar het was de man vanbinnen, zijn ontembare energie en kracht, zijn scherpe intelligentie en meedogenloosheid gekoppeld aan een hart dat zo teder kon zijn...

‘Dank je.’ Ik streek met mijn vingertoppen over de donkere schaduw op zijn voorhoofd, tintelend als altijd wanneer ze zijn huid aanraakten. ‘Omdat je me hebt gebeld. Omdat je me over je droom hebt verteld. Omdat je me hier hebt willen ontmoeten.’

‘Ik zou je overal ontmoeten.’ De woorden waren een gelofte, vurig en fel uitgesproken.

Iedereen had demonen. Die van Gideon waren gekooid door zijn ijzeren wil als hij wakker was. Maar als hij sliep, kwelden ze hem in gewelddadige, boosaardige nachtmerries waarover hij had geweigerd me iets te vertellen. We hadden zoveel met elkaar gemeen, maar het misbruik in onze jeugd was een gemeenschappelijk trauma dat ons zowel naar elkaar toe trok als uit elkaar dreef. Het zorgde ervoor dat ik harder vocht voor Gideon en voor wat we samen hadden. Onze misbruikers hadden al te veel van ons afgenomen.

‘Eva... Jij bent de enige kracht ter wereld die me kan weghouden.’

‘Daarvoor ook nog bedankt,’ mompelde ik, met een benauwd gevoel in mijn borst. ‘Ik weet dat het niet gemakkelijk voor je was om me de ruimte te geven, maar we hadden het nodig. En ik weet dat ik het je moeilijk heb gemaakt...’

‘Te moeilijk.’

Mijn mondhoeken krulden omhoog om de snelle vinnigheid waarmee hij het zei. Gideon was geen man die het gewend was om niet te krijgen wat hij wilde. Maar hoe vreselijk hij het ook had gevonden om geen toegang tot me te hebben, we waren nu samen omdat die ontbering hem stappen had laten zetten. ‘Ik weet het. En jij hebt het me laten doen, omdat je van me houdt.’

‘Het is meer dan houden van.’ Hij omsloot mijn polsen en hield me zo stevig en gebiedend vast dat ik me volledig aan hem overgaf.

Ik knikte, niet bang meer om toe te geven dat we elkaar nodig hadden op een manier die sommige mensen ongezond zouden noemen. Het was wie wij waren, wat we hadden. En het was van grote waarde.

‘We zullen samen naar Dr. Petersen rijden.’ Hij sprak de woorden op onmiskenbaar bevelende toon uit, maar zijn blik zocht die van mij alsof hij een vraag had gesteld.

‘Wat ben je toch bazig,’ plaagde ik. Ik wilde dat we met een goed gevoel uit elkaar zouden gaan. Hoopvol. Onze wekelijkse therapieafspraak met Dr. Lyle Petersen was al over een paar uur, en het had niet op een gunstiger moment kunnen zijn. We waren het ergste te boven gekomen. We konden wel wat hulp gebruiken bij het uitzoeken wat onze volgende stappen zouden moeten zijn.

Hij legde zijn handen om mijn middel. ‘Daar hou jij van.’

Ik pakte de zoom van zijn shirt en maakte een vuist om het zachte tricot. ‘Ik hou van jóú.’

‘Eva...’ Zijn beverige adem was heet in mijn hals. Manhattan omringde ons maar kon ons niet storen. Als we samen waren, bestond de rest van de wereld niet.

Browse Sylvias International Editions:

View Titles Sorted by Country · View Titles Sorted by Language